haar hoofd, opnieuw
en nog een keer
en nog een keer
en nog een keer
gevoelloos
bonkt
slaat
stompt
stompt
de waanzin door zijn vuisten
de roep van zijn naam verstomd
gekromd
gekromd
haar geliefkoosd lichaam
verfrommeld op de vloer
van hun
verfrommeld op de vloer
van hun
dansende stappen
bloedende
wankelen
in de verslagen mond
die het geheim niet mocht ontwaren
langs komt de tijd
vervult met wrange troost van pijn vastgeklemd
vervult met wrange troost van pijn vastgeklemd
aan de spalk
voor een toekomstige
stralende
voor een toekomstige
stralende
lach.
Karin Lachmising