Showing posts with label essay Parbode Magazine. Show all posts
Showing posts with label essay Parbode Magazine. Show all posts

Friday, January 25, 2013

www.parbode.com


Essay
PDFPrintE-mail
Parbode Opinie Magazine         
Monday, 31 December 2012
Schrijver en publicist Karin Lachmising
opereert in het maatschappelijk middenveld als
‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’
Accepteren en aanpassen
‘Voorlopig kunnen we niet weg’. Niemand van ons had kunnen bedenken dat dit de boodschap zou zijn op de tweede dag van onze training. De wind trok aan, zware regenbuien en misschien ook wel vloed, Jamaica stond onder ‘storm watch’. Zeven mensen die nog maar net een dag eerder met elkaar kennis hadden gemaakt, zouden vijf dagen lang gedwongen aan elkaar overgeleverd zijn.
essay.jpgIn het solide, uit steen opgetrokken massief gebouw in de Blue Mountains regio, waar de Jablum-koffie wordt verbouwd, veranderde de heerlijk geurende omgeving in rap tempo tot een mistige beklemmende gevangenis waarin alles, dat een dag tevoren nog mogelijk was, door orkaan Sandy onmogelijk werd gemaakt. Wat een training over ontwikkelingscommunicatie in een veranderende omgeving zou worden, samen met rurale gemeenschappen, werd een regelrechte confrontatie met hoe wij zelf met veranderende omstandigheden omgaan. De slogan die een week later op een bijeenkomst in Kingston werd geprojecteerd, werd tijdens de storm Sandy werkelijkheid. ‘Climate change, we have to change’. Voor natuurvolken een normaal gegeven, maar voor de stadsmens blijkt aanpassen aan veranderende omstandigheden een complex gegeven te zijn. De eerste dagen probeer je nog te doen wat gepland staat maar na een paar uur, met een heen en weer bengelende lamp veranderde elke volgende stap met de toename van de windkracht. Wat er van al die dagen terecht zou komen, wist ik niet. Wel wist ik dat ik mij niet kon verzetten en dat aanpassing een soort tweede natuur werd waarop ik me liet varen, zoals ik ook gewend was te zien als ik in onze eigen binnenlanden was. In één keer leek ook alles langzamer te gaan. Prioriteiten verschoven in denken en handelen, niet alleen bij mij, van het vreemde vaste Zuid-Amerikaanse continent, maar ook bij de andere deelnemers uit Jamaica, Turks en Caicos eilanden en uit de kleine gemeenschap van Blue Mountains en Portland beach. Ik had niet veel met deze groep gemeen, althans daarop leek het. Geen orkanen, geen tornado’s of aardverschuivingen, geen taal noch eetgewoonten. Maar toch werd al heel snel duidelijk dat aanpassing aan wat er veranderde in deze dagen, ons bracht tot een gezamenlijk handelen en bewust omgaan met verandering. Climate change vraagt dat ook van ons. Maar met hoevelen accepteren we dat er werkelijk iets aan onze omgeving verandert dat ons tot gezamenlijk handelen moet aanzetten? De hitte in september en oktober bracht ons tot het 24 uur draaien van de airconditioning. Acceptatie van wat er verandert, blijft op vele fronten uit en lijkt meer op het oplossen van de gevolgen, zoals de bulldozer die een dag na Sandy de weg door de bergen vrijmaakte.

Bescherming en overleving
Op veel veranderingen reageren wij inderdaad wel positief, zonder dat we er bij stil staan dat we ons hebben aangepast. De straten van Suriname zijn keurig geasfalteerd, dus rijden we harder. Er zijn stoepen in het uitgangscentrum aangelegd, dus durven we weer met hakken over straat te lopen. Niet ‘sms’en’ maar even ‘whatsappen’ en zonder telefoon op zak is bijna al ondenkbaar geworden. Beelden vernieuwen zich voor onze ogen en we raken er aan gewend. Aanpassing aan veranderende consumptiegoederen blijkt niet zo moeilijk te zijn. Maar passen we ons ook zo gemakkelijk aan als het om de natuur gaat, als we moeten zoeken naar de balans van ontwikkeling, bescherming en overleving. Een week na Sandy zat ik aan bij de stakeholders meeting in Jamaica, over ‘klimaatverandering en rampenmanagement’ met de slogan ‘Climate change, we have to change’. Voor gemeenschappen die dicht bij de natuur leven, is deze aanbeveling overbodig. Natuurvolken passen zich automatisch aan omdat hun dagelijks leven direct afhankelijk is van hun omgeving. De waarde die zij om die reden hechten aan de natuur lijkt bij de stadse mens niet aanwezig. In een snel veranderende samenleving met zoveel keuzes blijken we losgeraakt te zijn van waarvan we daadwerkelijk afhankelijk zijn, onze voedselbron, onze zuurstofbron. De beelden waar alles vandaan komt dat ons leven in stand houdt, zijn zoekgeraakt in ons streven naar meer en beter. Aanpassing lijkt apathisch, non actief, volgzaam en zou misschien het idee wekken dat we zelf niet meer in control zijn. Dat we ons eigen leven op een andere manier vorm kunnen geven, blijkt te zijn vergeten. De levensscholen van Griekse filosofen, zoals Socrates en Plato, zouden in deze tijd goed van pas komen. Nadenken over je rol als mens op aarde in relatie met de natuur en haar ontwikkeling en van daaruit een levensmissie bepalen die wat meer in balans is met onze omgeving? Wat je niet direct ziet, is blijkbaar moeilijker te accepteren. Wie geen ijsschots ziet smelten, zal zich niet zo druk maken over de verwarmde oceaan. Dat de storm daardoor heftiger raast, rivieren dreigen over te stromen, de aarde zich onder ons roert... ‘Ach dat zeggen ze al jaren’, is een veel gebezigde tegenwerping, ‘maar zie, we leven nog steeds toch, zo’n vaart zal het niet lopen, ach die ene graad warmer, over hoeveel jaar is dat niet?’ Die ‘ene graad’ is moeilijk te waarderen en het verloop ervan ook niet. Inheemsen hebben zo hun eigen methoden om één graad te bepalen. Ze zien het in de dieren die niet meer verschijnen op bekende plekken, of begroeiing die zich anders ontwikkelt.
essay_1.jpg




















Wachten
Maar accepteren en niet veranderen legt nog geen zoden aan de dijk, of kunnen we toekijken op een overstromende rivier zonder buffers van zandzakken? Jamaica kon in die dagen niet meer op Suriname lijken dan wat ik me had voorgesteld. Terwijl Sandy over het eiland raasde en op zoek ging naar haar volgende slachtoffers op Cuba en Haïti, liepen mensen gelaten rond. ‘Ja, straks zal er een bulldozer komen. Dan wordt de weg vrij gemaakt. Meestal gaat dat zo’, vertelde het pensionmanager. ‘We moeten wachten’. Ik heb het vaak gehoord als ik weer eens wat wou oppakken of veranderen: ‘accepteer toch dat het zo is’. Sinds wanneer is acceptatie iets lijdzaams geworden? De dood accepteren is immers ook aanpassen aan de omstandigheden, ziek zijn of verlaten worden, vergt ook een andere houding en geen slachtofferschap als een handige beschermende deken waar je niet onder vandaan hoeft te kruipen. Soms gaat iets echt niet vanzelf, maar wanneer gaat acceptatie dan in handelen over? Zit het woord apathisch ook in accepteren opgesloten? Als ik in het binnenland ben, denk ik daar vaak over na. Dat inheemsen iets apathisch over zich heen zouden hebben, lijkt me erg kortzichtig bedacht. Wat ik zie, is adaptatie. Het veranderen naar de omstandigheden, aanpassen omdat je het accepteert. In de gehele discussie over climate change speelt dit laatste vooral. Dat we niet mogen en kunnen toekijken hoe warm het wordt, of hoeveel het regent, of hoe onstuimig orkanen zich nu ontwikkelen. Daar waar er grote bedragen en belangen bij komen kijken, is het misschien nog voor te stellen dat veranderingen niet gewenst zijn. Maar ook de ‘kleine man’ laat de verandering aan hem voorbijgaan. Het lijkt een ver-vanmijn- bed-show om te bedenken dat ijsbergen iets aan het weer in Suriname zouden veranderen. De vorige minister van ROGB riep zelfs verontwaardigd: ‘Waarom zouden wij geen industrieën bouwen en onze bossen kappen. Immers zij daar (de rijke industrielanden) hebben dat toch ook al die jaren gedaan. En waarom zouden wij ook niet eens het grote geld mogen verdienen?’ Dat de verwarmde aarde werkelijk een moeilijkere plek wordt om te overleven, dat droogte en overstromingen onze voedselveiligheid in gevaar brengen, is misschien niet denkbaar als we de fris geplukte groenten of handig in cellofaan verpakte goederen uit de winkel halen.

Verwrongen relatie
Ontwikkeling, acceptatie, aanpassen, slachtofferschap vormt een rijtje van woorden dat in onze Surinaamse samenleving in deze periode veel van ons vergt. Het nieuwe jaar zal vooral van ons vragen om te veranderen. Maar nog meer zal het gaan om het accepteren dat verandering van ons leven zoals we dat hebben gekend de afgelopen jaren, nodig is. Het is net als een verwrongen relatie die beklemt. Tot het moment dat je nog denkt dat wat je voelt en ziet niet werkelijk fout is, kan je er nog mee leven. Maar op het moment dat je accepteert dat het werkelijk fout gaat, volgt de weg van aanpassing en daarmee een verandering. De waarde die we hechten aan wat ons leven kan verbeteren, zal zich in de komende tijd steeds meer laten zien. Het zal onze beslissingen kunnen beïnvloeden of we ons huis nog in het uiterste noorden neerzetten, of dat we een restaurant aan de oever van de Commewijnerivier zullen bouwen. Ons aanpassen aan veranderende omstandigheden is niet zo complex als het lijkt. Het start met het besef over wat ons leven voortbeweegt. De scholen van Plato en Socrates liggen misschien wel binnen handbereik, aan de oevers van onze rivieren en in de bossen van het binnenland. Een mooi bezoek voor het begin van het nieuwe jaar.

Monday, November 19, 2012

http://parbode.com/index.php?option=com_content&task=view&id=4175&Itemid=4

PARBODE MAGAZINE November 2012

Essay
PDFPrintE-mail
Written by Karin Lachmising
Wednesday, 31 October 2012
Schrijver en publicist Karin Lachmising
opereert in het maatschappelijk middenveld als
‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’


Liever geen opwaaiend Monroe-jurkje
‘Wat een vrijheid, wat een rust’, zei hij. Zelfs in Suriname kan je zo’n moment moeilijk vinden toch? Mijn srananmati en ik stonden op de in nevel gehulde dijk, ingepakt in warme sweaters met capuchons op. Een wonderlijk gevoel voor ons, komend uit een land waar je binnen een half uur van de stad al kan genieten van de stilte aan de rivier. Het moest vast door het vakantiegevoel zijn ingegeven, versterkt door het bootje waarmee we ons van het stadse decor moesten roeien naar de feestplek midden in Hollands boerenlandschap.
We hadden na een lange slingerweg de auto moeten parkeren bij de koeien en vervolgens, zonder dat er enig mens in de weidse omgeving in zicht was, bij het slootje een boot genomen. Geen verlichting, noch de dirigerende stem van de TomTom-navigator en ook geen timetable met gekleurde blokjes van reistijden. Slechts roeispanen waarmee we onszelf naar de overkant konden begeven. Een verademing in een land waar alles, tot benauwends toe, tot in de puntjes geregeld is. Goed beschouwd hebben we een grote verworvenheid in Suriname met onze losse structuren, zoals ongeplande busdiensten en het ontbreken van timetables en tomtoms. Toch loert het gevaar om de hoek, dat we dit soort regelgeving klakkeloos willen overnemen. Structuren willen toepassen van samenlevingen die van buitenaf bezien geolied lopen, maar waar ‘vrijheid’ langzaamaan andere vormen begint aan te nemen. Wanneer is de maat vol en tasten regels onze zo gekoesterde en verworven vrijheden aan? In Miami gaan home owners associations daarin aardig ver. Voor een nette overzichtelijke en ordelijke buurt, waarin een ieder vrij moet kunnen wonen, zijn drie palmen voor de deur verplicht gesteld. De maximale hoogte van het gras is in centimeters uitgedrukt en elk spatje op de witte postbus leidt tot een aanmaningsbrief in de bus. Of, als het opknappen te lang duurt, zelfs een fikse boete. Regelgeving in dienst van vrij en gelukkig wonen. Maar vervelend als je liever een bananenboom voor je deur hebt, dan een grijze stam met daarboven wat alledaagse zwierige bladeren, die je het idee geven van een opwaaiend Marilyn Monroe-jurkje in de vorm van groene rastavlechten.

essay.jpgVrijelijke interpretaties
Ons Caribisch nonchalante gedrag wat regelgeving betreft, is echter niet zo vrij als we zouden denken. Waar zichtbare regels ontbreken, manifesteert zich een strenge cultuur van wat ‘hoort’ en ‘niet hoort’. Een web van ongeschreven regels, dat misschien wel benauwender is dan het westerse systeem van regelgeving. Grenzen die duidelijk vastliggen, waarbinnen je je vrijheid kan bepalen, zouden weleens minder dwingender zijn dan het constant aanlopen tegen vrijelijke interpretaties van wat ‘passend’ is of niet. Hetzij door fluisterende vingerwijzingen, hetzij door duidelijk tikken op de vingers. Tijdens een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam, kwam de vraag van mijn dochter waarom De Nachtwacht, het wereldberoemde zeventiende eeuwse schilderij van Rembrandt, zo bijzonder is. Bij het antwoord kwam het vrije ook weer aan de orde. Ik herhaalde de tekst die ik in het boek over meesterwerken al zo vaak had gelezen. ‘Met De Nachtwacht heeft Rembrandt alle conventies doorbroken die golden voor een groepsportret: de schutters poseren niet, maar zijn in actie. En ze staan niet netjes op een rij, maar zo door elkaar heen dat de schutters op de achtergrond niet goed herkenbaar zijn. Het schilderij is te vergelijken met een foto: wanneer de fotograaf een seconde later had afgeknipt, dan had de groep er heel anders uitgezien’. Vooral in de kunstwereld is het direct zichtbaar dat groei en ontwikkeling een drang naar vrijheid zijn. In de periode van de grootmeesters, waarbij het werk in de beginperiode vooral gedomineerd werd door de regelgeving van de kerk. Maar met het loskomen van de kerk, groeiden kunstenaars zoals Rembrandt uiteindelijk verder en ontwikkelden zich met een vrije penseel.

Ultieme vrijheid
Ook literatuur is een vorm van loskomen van regels. Woorden die de vrijheid opzoeken. Maar misschien hebben we regels wel verward met richtlijnen. Richtlijnen waarlangs we ons voortbewegen. Die we ook kunnen aanpassen aan tijd, plek en omstandigheden, zodat ze geen keurslijf worden. Het gevoel van ultieme vrijheid is blijkbaar pas echt te ervaren op het moment dat je merkt dat je zelf je eigen richting kan volgen. ‘Ach, dat is slechts spirituele bevlogenheid’, roepen velen. Elke maatschappij is het immers aan zichzelf verplicht om de mens te beschermen tegen willekeur en bandeloosheid, regels om onze vrijheid te beschermen. Iemand of iets, een land, een regering, een baas, ouders, waardoor wat we doen in goede banen geleid kan worden en we niet in totaal chaotische toestanden belanden. Zestig procent van de wereldbevolking beweegt zich volgens psycholoog en transpersoonlijke therapeut Kees Aaldijk op een niveau van basale emoties; de traditionele groep. Een groep gekenmerkt door het ontbreken van eigen inzichten en die zich vooral laat leiden door tradities en conventies met als gevolg een grote weerstand tegen afwijkende meningen. Een iets kleinere groep, 25 procent, zou zich iets verder in haar bewustzijn hebben ontwikkeld en bedient zich van een objectievere waarneming die leidt tot wetenschappelijk onderzoek en academisch denkniveau. Echter, ook deze groep laat zich vooral nog leiden door egoïsme en eigen inkleuring van het wereldbeeld door innerlijke overtuiging en conformisme. Lastig dus, want waar begint dan die openheid tussen mensen, bij het accepteren van andermans gedragingen en het geven van vrijheid aan elkaar? Bij slechts vijftien procent of misschien zelfs minder? In de uitvoeringen waarmee jeugdtheater On Stage het afgelopen seizoen afsloot, was het thema macht. Wie is de baas? was het stuk van de jongste groep kinderen. Het was een gecombineerde voorstelling van dans en video, die het gedrag van baas-zijn in beeld bracht. Op beeld gaven kinderen tussen zes en tien jaar hun mening over regels, over wat zij zouden doen als zij de baas waren. Regels maken en dus de baas zijn, was voor de meeste kinderen vooral een manier om eindelijk eens te kunnen doen wat je zelf wilt. Zoveel snoep eten als je wilt, niet of later naar school gaan, maar ook een beter land, de kans krijgen om eindelijk uit te voeren wat je altijd graag wou. Zoals een vrediger land, een schoner land. Maar ook vooral zelf kunnen beslissen om je eigen weg te gaan, doen wat je fijn vindt om te doen.

Rare vraag
Een jongetje van een jaar of zeven, met een heldere blik en vrolijke bruine krullen om het serieuze gezichtje, keek heel verwonderlijk op bij de vraag wat hij zou doen als hij baas van het land zou zijn. ‘Ik wil geen baas zijn’. Een land heeft ook geen baas nodig toch, gaf hij aan op een manier van ‘wat een rare vraag’. ‘Want we doen gewoon alles zelf en als een ieder dat voor zichzelf goed doet, dan gaat alles toch goed. Dan heb je geen baas nodig om dat allemaal te regelen’. Het hebben van een duidelijke visie, zoals deze jongen van het theaterstuk, en de missie die daarmee samenhangt, is misschien een beter uitgangspunt voor vrij zijn dan het vervatten van leven in ‘regels’. Kinderen staan in hun jonge jaren nog het dichtst bij het natuurlijke gevoel hoe en waar we heen moeten. Een sein voor ons volwassenen, dat regeltjes en structuren onze vrijheid vaker belemmeren dan beschermen. Misschien zou het goed zijn om wat vaker zelf te roeien, proberen zelf op een bestemming aan te komen. Wie de baas is, doet er dan niet zoveel toe. Maar wel hoe vrij de slag is waarmee we ons kunnen bewegen.

Saturday, June 23, 2012

The silent struggle of the Caribbean woman

Essay published in the Parbode, Opinion Magazine,
Suriname
Monthly magazine
Dutch written.
Topic:The silent struggle of the Caribbean women. This essay was  part of my presentation held at the conference of the Association of Caribbean Women Writers, held in Suriname, may 2012.
Next essay, brasa or hold, Parbode Magazine, july 2012!

De stille strijd van de Caribische vrouw PDFPrintE-mail
Written by Karin Lachmising
Tuesday, 01 May 2012
Lachmising1.jpgSchrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’
Hongerstakingen en spandoekleuzen zijn geen geëigende middelen voor de Caribische vrouw om tegen onrecht op te komen, betoogt Karin Lachmising. Aan de vooravond van de dertiende conferentie van de Associatie van Vrouwelijke Caribische Schrijvers en Studenten (ACWWS) neemt zij de pen ter hand. “Wat men niet ziet, is de strijd die in stilte wordt gevoerd.”
Nog voor mijn tienerjaren las ik alle verslagen van Amnesty International en kon ik nachten niet slapen van ongeloof over zoveel onrecht van mensen tegen mensen. Ik woonde toen nog in Nederland en was ervan overtuigd dat ik later, ‘als ik groot zou zijn’, iets zou doen dat te maken had met de strijd tegen onrecht en onderdrukking.
Dat ik me zo begaan voelde met dit onderwerp kwam door mijn oma, die zich inzette voor het vrij krijgen van politieke gevangenen. Ze was een doortastende, zachte vrouw met warme ogen en grijs haar dat was opgestoken in een altijd warrig uitziende bol. Ze werkte voor Amnesty International. Dat betekende dat er vanuit verschillende uithoeken van de wereld de meest kleurrijke figuren bij haar over de vloer kwamen. Ex-politieke gevangenen uit Kenia, een Fosterparentskind uit Guatemala en vooral jonge Noord-Ierse mannen en vrouwen.

Lachmising2.jpgDwaas
Sean was zo’n Ierse jongen. Hij was gevangen genomen door het Engelse leger om zijn vermeende banden met het verboden Ierse verzetsleger, de Irish Republican Army (IRA). Sean had zijn mond open gedaan, gedemonstreerd en was daarvoor gevangengenomen en mishandeld.
Jaren later, toen ik in Suriname woonde, vroeg ik me af wat de invloed van onze leefomgeving is op de keuzes die we maken om uit onderdrukte posities te ontsnappen. Heeft elk grondgebied niet zijn eigen effectieve manier van strijd voeren?
De Associatie van vrouwelijke Caribische schrijvers en studenten (ACWWS), houdt voor de dertiende maal haar conferentie, dit keer in Suriname. Een steeds terugkerend thema in panels en presentaties tijdens dit literaire evenement, is de onderdrukking van de vrouw, haar rechten en haar strijd tegen fysieke en verbale mishandeling.
Met het woord strijd verschijnt er bijna automatisch een beeld van massabewegingen en spandoeken; vrouwen die in groten getale op straat gaan. In Argentinië werden zij de dwaze moeders genoemd, de Vereniging van Moeders van het Meiplein. Niet omdat zij dwaas waren. Het leek slechts dwaas om dertig jaar zwijgend met foto’s van hun vermiste kinderen over een plein te lopen, omdat de Argentijnse regering geen opheldering gaf over deze jonge mannen en vrouwen. Dit was hun kracht om een maatschappij te bewegen waarin van alles mis ging; hun manier om hun gevoel van onmacht te uiten, waardoor zij krachtiger werden en daarmee ook hun strijd.

Theekransje
Maar is de ‘De strijd strijden’ pas een daad tegen onderdrukking in de vorm van een zichtbare beweging op straat? Betekent het dat we actiegroepen moeten vormen om iets gedaan te krijgen, daders aan de schandpaal moeten nagelen, met borden met leuzen, megafoon in de hand, roepend op grote podia? Of zullen we in hongerstaking moeten gaan tegen onrecht? Of wordt dat dan net zo’n verhaal als dat van ex-minister Herrenberg, eens een eenzame hongerstaker onder de mamaboom. Over hem wordt verteld dat hij ‘s avonds zijn portie bami toegediend kreeg.
Actiegroepen en petities in ons land hebben niet hetzelfde effect als in andere landen. Toch gebruiken we deze methoden, zonder ons af te vragen of het past bij onze samenleving. Vaak leiden ze juist de aandacht af, zijn ze zelfs een nog beter middel om niet te hoeven zien wat er werkelijk gaande is. Het onderwerp van protest wordt gebagatelliseerd, en daardoor ook de ernst ervan.
Ik zie voor me hoe vrouwen zich met spandoeken verzamelen bij ons nieuwe vlaggenplein. Men zal er lachend langs rijden, of misschien opkijken, met een opmerking over die ene daar in korte broek en dan roepen: ‘hey schat, geef me je ping’, met op de achtergrond de tonen van een ingehuurde dj. Ik ken immers de start van de strijdvaardige verenigingen, waarvan bijeenkomsten uiteindelijk ontaarden in theekransjes, waar de bak loempia’s en ‘wie heeft deze heerlijke sambal gemaakt’ meer onderdeel van gesprek werden dan het edele doel waarvoor de beweging was opgericht.

Koel
Wie in Suriname woont en werkt, weet dat in de publieke opinie vormen van onrecht vaak weggehoond worden met misplaatste opmerkingen. Naar aanleiding van bijvoorbeeld nieuws over de zoveelste verkrachting, krijg je de meest verbazingwekkende, om niet te spreken van misselijkmakende discussies, gevoerd door zowel mannen als vrouwen. ‘Hmm, ze moet wel wat aankunnen hoor, als ze door drie van die grote penissen verkracht is.’ Ik kan me nog goed herinneren dat ik koud en stil in theater Thalia bij de film Rwanda zat, terwijl een rij voor mij in een lachsalvo uitbrak bij het beeld van een auto die niet vooruit kwam. De hoofdrolspeler in de film, die probeerde levens te redden, had niet door dat hij reed over duizenden lijken, Rwandese broeders in koelen bloede vermoord.
Te gemakkelijk denkt men in Suriname dat het tij wel zal keren, maar men vergeet dat na een etmaal weer de oude waterstand is bereikt. Een strijd tegen onrecht moet daarom in deze tijd, hier op Surinaamse bodem misschien op een andere manier gevoerd worden. Sean was op zijn grondgebied bereid zijn leven te geven tegen onderdrukking. In het systeem van zijn land was dat de manier om gehoord te worden. Maar hier wonen vele stille vrouwen, die hun energie moeten verdelen tussen hun strijd om te overleven en hun strijd tegen het onrecht dat ervaren wordt.

Lachmising3.jpgWoorden
Die laatste wordt in stilte gevoerd. Want geeft het land, de omgeving waarin wij wonen, aan vrouwen wel genoeg mogelijkheden om op straat en in bewegingen actie te voeren? En voor wie voert zij die dan? Wordt zij er zelf sterker door, of juist kwetsbaar, omdat ze haar energie kwijtraakt door anderen te overtuigen van de ernst van het onrecht?
Eintou Pearl Springer, een dichter wonend in Trinidad en Tobago, schreef in haar gedicht Dialogue with a Sister:
‘I can’t stand the fingers
Pointed at me,
exposing my private misery;
the harsh reality
that numbs me

Caribische schrijfsters zoals Eintou Pearl Springer geven vrouwen in onderdrukte posities een stem. De stilte waarin vele vrouwen leven spreekt zich uit in haar woorden. Haar leed in woorden omzetten is misschien wel een van de sterkste middelen van de Caribische vrouw. Vele werken van schrijfsters, zoals ook Satyem van Ismene Krishnadath, beschrijven een combinatie van onderdrukking en fysiek geweld. Niet-fysieke onderdrukking en onrechtvaardigheid hullen zich vaak in stilte. Die onzichtbaarheid van dit onrecht is misschien wel de grootste onrechtvaardigheid.

Vruchtbaar

Op ons vruchtbare grondgebied is het planten van woorden wellicht doeltreffender dan ze te schreeuwen; geen spandoekleuzen, maar een stille strijd tegen het bagatelliseren van een onderwerp dat onterecht overwoekerd wordt door een oerwoud van ongeloof; ongeloof dat een mens in staat is een ander mens onrecht aan te doen.
Het is daarom logisch dat een conferentie die zich volledig richt op het leven en het werk van de Caribische vrouw, in Suriname gehouden wordt. Vier dagen lang zal tijdens deze dertiende ACWWS conferentie een uitwisseling van en over Caribische schrijfsters plaatsvinden. Aandacht wordt gegeven aan hun thema’s. De stilte waarin zij vrijheid creëren wordt daardoor belicht, hier in Suriname, in een omgeving waar zoveel vrouwen hun eigen stille strijd voeren.
Zonder dat de meeste mensen notie hadden van de daden van vrijheid die er zich afspeelden, was mijn oma’s huis het meest besproken huis in de omgeving. Wat zij creëerde aan haar grote mahoniehouten tafel, volledig bedekt met brieven en enveloppen met exotische postzegels, was een nieuw leven voor de eens onderdrukte mannen en vrouwen die zij vrij kreeg. Wanneer aan de ronde tafel van de conferentie de stille strijd van de Caribische vrouw besproken wordt, zal ik denken aan de mahoniehouten tafel van mijn oma, aan die vele postzegels en woorden die het mogelijk maakten dat wat in stilte tot stand kwam, uiteindelijk zichtbaar werd, gelijk de krachtige stille spandoeken van alle Caribische vrouwen die blijven schrijven.

De dertiende ACWS-conferentie, ‘Women’s efforts, women’s lives’, zal gehouden worden van 8 tot en met 11 mei in Hotel Krasnapolsky.

http://parbode.com/index.php?option=com_content&task=view&id=3896&Itemid=8&ed=105